English translation

Marokko deel 2

1-11-'11

Bezoek aan de konings-steden Fes en Meknes

Het bovenstaande kopje klinkt een beetje als een zin uit een gids van de OAD. Onze aankomst in Meknes is een beetje minder 'OAD-achtig' als we in het donker aankomen in Meknes en op de poort van de camping zien staan dat de gemeente die heeft gesloten. Wat nu? Er zit niks anders op dan om door de drukke stad op zoek te gaan naar een parkeerplaats om de nacht door te brengen. Gelukkig vindt een parkeerwacht het prima dat we op zijn parkeerplaats gaan slapen dus na de aanvankelijke stress valt het allemaal nog wel mee.


De volgende ochtend worden we wakker naast het paleis, vlak bij de Medina. Gisteravond was het ons niet zo opgevallen, maar meer centraal in de stad kun je niet parkeren. 's Ochtends vroeg struinen we rond door de medina van Meknes. De helft van de winkeltjes en kraampjes zijn nog niet open. Het verbaast ons niet eens want dit is vaak het geval in Arabische landen. Tot ver in de nacht kun je op straat een kebabje krijgen, maar 's morgens vroeg een brood vinden is vaak een heel ander verhaal. We vermoeden ook dat daarom het sprookje 1000 en 1 nachten heet want in 1000 en 1 ochtenden zal niet zo heel veel te beleven zijn geweest.
Nadat we ons weer uit de medina hebben weten te navigeren, pakken we een terrasje. Er begint al meer leven op straat te komen en naast het terras stopt een vrachtwagen. Gelukkig heben we al ontbeten want de lust tot eten vergaat ons nu toch enigszins. Eerst zien we allemaal geitenhoeven langsvliegen op de voet gevolgd door een stuk of 10 geitenkoppen. Sterke mannen leggen een stuk plastic over hun hoofd en schouders zodat ze de nog druipende huiden mee kunnen nemen over de smalle steegjes de medina in. Als finale zien we vuilniszakken met twijfelachtige inhoud en de staarten de medina in verdwijnen. Wat ze er allemaal mee gaan doen willen we allang niet meer weten.

Tegen het einde van de ochtend rijden we naar Fes. Voor het bezoek aan de medina van Fes volgen we het inmiddels vertrouwde recept. Marlous laat ons immens verdwalen in de steegjes waarna Gerard de uitweg uit de medina weer mag zoeken. 1 van de verkopers vertelt dat hij familie heeft in Nederland. “Ja wie niet”, denken we bij onszelf. We zijn nog bijna geen mens tegen gekomen die niet een vriend of familielid in Amsterdam, Utrecht of Breda heeft wonen. (Als je één keer iemand gesproken hebt mag je 'm hier al vriend noemen) Ook vertelt hij dat er in de medina van Fes zo'n 150 agenten in burger lopen om de veiligheid van alle toeristen te waarborgen. We gaan er eens op letten en inderdaad, het is waar. Als we worden lastiggevallen door een wel erg hardnekkige gids, duurt het niet lang of een voor ons onbekende man neemt de irritante gids bijna ongemerkt aan zijn arm mee de andere kant op. De gidsen willen allemaal hetzelfde, namelijk je de weg wijzen naar de moeilijk vindbare leer ververij waar Fes bekend om staat. Maar wij (ver)dwalen liever zelf rustig rond in het doolhof vol kleuren en geuren om de bewuste plek te vinden. Als we de ververij uiteindelijk vinden is de beloning des te groter. Ruim een half uur later genieten we van het uitzicht en wat minder van de geur van de leer ververij.

5-11-'11

Witte sneeuw

“Goh, bijna een kwart van de tegenliggers, zwaait, licht of toetert naar ons” zegt Gerard. “Zo'n oud VW busje zal hier vast nog populair zijn”. Even gaat Marlous mee in de gezelligheid die er in deze regio kennelijk heerst. Dan beseffen we ons opeens dat we in het Rifgebergte rijden. Beroemd en berucht om de hoeveelheid wietplantages.
De volgende automobilist maakt het allemaal nog wat visueler door suggestief met een klein rond zakje wit poeder te zwaaien. Tot nu toe moeten we er alleen maar om lachen en we vragen ons af hoe ze reageren als we suggestief met onze kilozak suiker gaan zwaaien. Maar na een halfuur beginnen alle idioten die naast ons komen rijden om aandacht te krijgen wel te irriteren. Het helpt natuurlijk niet dat we in een oud hippiebusje rijden waardoor we als een magneet op alle verkopers werken. En wat vooral ook niet helpt is dat onze richtingaanwijzer een beetje lam is en op iedere hobbel aan gaat. Zo zenden we natuurlijk ook niet al te handige signalen uit.

Dan komt er ons een grote groene pick up tegemoet. Driftig seint hij met alle lampen die hij bezit. Onze richtingaanwijzer houdt zich voor de verandering eens koest maar dat verhindert niet dat de auto omkeert. “Jahoor sluit maar aan in de rij” zegt Marlous, “er zijn nog maar 3 wachtenden voor u”. Nadat de andere 3 auto's inderdaad allemaal een poging hebben gewaagd komt de groene pick up voor ons rijden. Heftiger en agressiever dan alle anderen zwaait hij met alle koopwaar die hij bij zich heeft. Ondertussen zuigend aan een sigaret waar vast niet alleen tabak in zal zitten. Als we hem nadat hij 10 minuten telkens remmend voor ons rijdend helemaal zat zijn, gaat hij bijna stapvoets rijden. We halen hem in maar als we naast hem rijden probeert hij ons het ravijn in te duwen. Gerard duwt op de rem en dan rijden we weer achter hem. Zo langzamerhand vinden we het al lang niet meer leuk en beginnen we ons af te vragen hoe dit af gaat lopen op dit smalle bergweggetje. Als de gestoorde bestuurder weer begint af te remmen zetten we onze luchthoorn aan. De herrie trekt de aandacht van alle mensen op en naast de weg. Het blijkt effect te hebben, want de man zet de auto aan de kant. We halen hem deze keer succesvol in en terwijl Gerard nog een keer op de claxon duwt steekt Marlous een vinger op die ze nog nooit eerder naar iemand heeft opgestoken.

We besluiten maar helemaal niet te stoppen in het Rif-gebergte en smeren met verkleumde vingers een broodje tijdens het rijden. Enkele dagen geleden kon Gerard aan de kust nog in zijn zwembroek golfsurfen. Nu wijst de thermometer 2 graden aan. Boven in de bergen rijden we zelfs door de sneeuw. Maar deze sneeuw vinden we veel leuker dan die uit de zakjes. Sneeuw in Afrika, wie had dat nu verwacht.

7-11-'11

Laatste stukje Marokko

De kou in de bergen van Marokko moedigt ons wat meer aan om nu toch echt het laatste stukje Marokko te verlaten. Op weg naar het noorden komen we een wegtype tegen wat we ons nog vaag uit een ver verleden kunnen herinneren. Een snelweg. Maar de gedragsregels zijn toch anders dan dat ons bij staat. Zo moeten we snel verwisselen van baan als we zien dat op de rechterbaan een vrachtwagen koeien staat in te laden. En even later gaan we juist rechts rijden als er mensen in de middenberm zitten te bidden. Ook kunnen we ons niet herinneren dat het in Nederland ook toegestaan is dat schoolkinderen over de vangrail klauteren op weg naar school. Een beetje stil zitten we naast elkaar in de bus tijdens de laatste kilometers in Marokko.

Er wordt de laatste stempel in ons carnet de passage gezet. Een volgende beambte zet de voorlopig laatste stempel in ons paspoort. Al dat gestempel ziet er zo lekker officieel uit. Als de Spaanse douanier ons paspoort onder zijn scanner houdt denken we weemoedig terug aan al die Afrikaanse stempels in al onze documenten. De laatste Afrikaanse grens ligt achter ons.
Nog steeds een beetje weemoedig rijden we Ceuta in. Toch zijn we nog wel op het Afrikaanse continent. De Spaanse enclave Ceuta ligt namelijk nog wel in Afrika. De laatste horde die we moeten nemen is de ferry vanaf Ceuta naar Algeciras. Dan pas zijn we op het Europese continent.